Jump to Navigation

weg met het “schaap met de vijf poten”

Voor de functie van opdrachtgever of programmamanager wordt vaak een “schaap met vijf poten” gezocht. Iemand die goed is in processen, die de inhoud kent, die de organisatie kent, een relevant netwerk heeft, sterk kan onderhandelen en nog een paar van dat soort zaken. Onzin. Mensen kunnen veel, maar niet alles. Een goede schrijver is nog geen goede redenaar. En een goede redenaar hoeft helemaal geen goede onderhandelaar te zijn. Op zoek gaan naar een schaap met vijf poten, betekent eigenlijk dat je als opdrachtgever helemaal geen tijd en energie wil steken in de opgave en zelfs niet wil delegeren, maar alleen “de klus over de schutting gooien”.

Daarnaast hebben veel mensen, waaronder ikzelf, regelmatig last van het “halo-effect”: de gedachte dat iemand die goed is in het ene, ook goed is in het andere. Zeker in de samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer is het riskant als dit effect zich voordoet. In de theorie zijn de opdrachtgever en de opdrachtnemer de twee personen waar alle communicatie en sturing bij elkaar komt in de “zandloper”. Als je denkt “daar is mijn opdrachtgever goed in” of “dat kan ik wel delegeren aan mijn programmamanager” terwijl je counterpart er totaal niet goed in is, kan dat grote problemen opleveren.

Goede opdrachtgevers en goede programmamanagers stemmen onderling flink wat af, om er achter te komen wat de ander wel en niet kan. En wat de ander wel en niet wil. Vervolgens passen ze hun stijl van opereren aan op de capaciteiten en motivatie van de ander. Afhankelijk van de machtsverhouding en cultuur kan dit proces meer of minder open besproken worden. Een onbekwame machthebber zal jou nog niet zo snel vertellen dat hij ergens niet goed in is. Net zo min als een machteloze sollicitant niet zo snel zal vertellen dat hij geen schaap met vijf poten is.

In de praktijk heb ik gemerkt dat ik met de theorie van situationeel leiderschap op een veilige manier mijn “ontbrekende poten” bespreekbaar kan maken. Ik kan aangeven in welke onderdelen van de opgave ik erg bekwaam ben en wat ik ook graag doe. Daarbij kan ik ook aangeven in welke onderdelen van het takenpakket ik minder goed ben. Of waar ik echt geen zin in heb. Als de opdrachtgever toch wil dat ik die onderdelen ook voor mijn rekening neem, kan dat natuurlijk, maar dan wijs ik de opdrachtgever er ook op dat hij of zij het dan niet blind aan me kan delegeren. De opdrachtgever moet dan de andere stijlen uit situationeel leiderschap inzetten als hij er een succes van wil maken. Als je merkt dat de opdrachtgever ook wat zwakkere punten heeft, kan je met situationeel leiderschap ook zijn tekortkomingen veilig bespreekbaar maken. De opdrachtgever heeft immers ook geen vijf poten…

 



Main menu 2

Page | by Dr. Radut